Automobilisten op Aruba moeten vanaf deze week meer betalen aan de pomp. De minister van Financiën, Economische Zaken en de Primaire Sector heeft nieuwe brandstofprijzen bekendgemaakt die de recente onrust op de mondiale energiemarkten weerspiegelen.

De prijs van unleaded premium benzine stijgt naar 223,4 cent per liter, een toename van 9,8 cent. De prijs van diesel ULS gaat met 8,5 cent omhoog naar 201,4 cent per liter, terwijl kerosine voortaan 192,3 cent per liter kost, een stijging van 10,7 cent. Alle prijzen zijn inclusief BBO-, BAZV- en BAVP-belastingen.

De prijsstijging komt op een moment dat het conflict tussen de Verenigde Staten en Israël enerzijds en Iran anderzijds de mondiale energievoorziening onder druk zet. Door de spanningen zijn tankers die samen ongeveer 20 miljoen vaten olie per dag vervoeren vastgelopen in de Perzische Golf, omdat zij niet veilig door de Straat van Hormuz kunnen varen. Deze nauwe maar strategisch belangrijke doorgang is een van de belangrijkste routes voor olie- en gastransport in de wereld.

De wereldwijde olieprijs is sinds het begin van het conflict met meer dan 25 procent gestegen. De spanningen hebben al geleid tot het stilvallen van ongeveer een vijfde van de wereldwijde aanvoer van ruwe olie en aardgas. De olieprijs is daardoor opgelopen tot boven de 100 dollar per vat, voor het eerst in vier jaar, terwijl het conflict verder escaleert.

Daarnaast heeft Iran een grote raffinaderij in Saudi-Arabië en een installatie voor vloeibaar aardgas (LNG) in Qatar aangevallen. Hierdoor is de productie van geraffineerde brandstoffen onderbroken en ligt ongeveer 20 procent van de wereldwijde LNG-voorziening stil.

Analisten waarschuwen dat verlichting op korte termijn onwaarschijnlijk is. Volgens energie-experts zou een heropening van de Straat van Hormuz de enige ontwikkeling zijn die de situatie aanzienlijk kan stabiliseren. Tot die tijd zullen consumenten wereldwijd – ook op Aruba – waarschijnlijk de gevolgen blijven merken aan de pomp.