De Arubaanse petroleumwet en de bijbehorende bepalingen bieden de nodige bescherming om milieurisico’s te beperken indien wordt begonnen met boringen naar olie en gas. Dat heeft de Compania Arubiano di Petroleo (CAP) aan Onze redacteur laten weten.

De vraag kwam naar voren nadat Bill Armstrong van Armstrong Oil and Gas, dat sinds 2024 een concessie heeft voor exploratie op Aruba, verklaarde dat “Aruba als een kerstboom is”, met veel vooruitzichten voor olie en gas. Zoals Onze redacteur eerder berichtte, is Armstrong in september hoofdspreker tijdens de Hart Energy Super DUG Conference in Houston. De verwachting is dat daar meer details worden gegeven over de plannen voor de exploratie naar gas en olie op Aruba. “Het is als het blaasgat van een walvis.” Zo omschrijft Bill Armstrong het gebied in de territoriale wateren van Aruba waarvan wordt aangenomen dat het rijk is aan koolwaterstoffen. Niet alleen gas, maar ook olie.

Hoewel Armstrong zeer optimistisch is, is het nog niet zover dat met boren wordt begonnen. CAP heeft Onze redacteur zelfs laten weten dat het proces zich nog in fase één bevindt en dat er geen enkele aanwijzing is dat binnenkort met de exploratie wordt begonnen. Mocht het uiteindelijk wel zover komen, dan biedt de Arubaanse petroleumwet volgens CAP de nodige waarborgen om mogelijke ecologische gevolgen te beperken.

De wet dateert uit 1987, maar bevat bepalingen die het mogelijk maken om aanvullende regels vast te stellen wanneer dat nodig is. De wet bepaalt welke gebieden voor exploratie in aanmerking komen en regelt daarnaast de bescherming van het milieu en natuurlijke en historische rijkdommen. Er wordt specifiek bepaald dat iedere activiteit hand in hand moet gaan met de bescherming van het mariene milieu en dat vervuiling van het milieu moet worden voorkomen. Exploratie- en booractiviteiten mogen evenmin de visserij of scheepvaart hinderen.

Dat betekent dat vóór het uitvoeren van werkzaamheden steeds vooraf aan de havenmeester moet worden gemeld wat er zal gebeuren, welke apparatuur zal worden gebruikt, wie de werkzaamheden zal uitvoeren en alle overige relevante details. In dit geval geldt deze verplichting voor Armstrong, net zoals dat eerder voor Repsol gold.

Naast de bescherming van het zeeleven draagt Armstrong Oil and Gas ook verantwoordelijkheid om geen schade toe te brengen aan eventuele niet-levende rijkdommen, zoals historische artefacten. Ook de bescherming van archeologische rijkdommen valt hieronder. De wet legt specifiek nadruk op de bescherming van mensen en materieel.

De toepasselijke regels beperken zich niet tot lokale milieuwetgeving, zoals de natuurwetgeving. Ook verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen waaraan Aruba gebonden is, zijn van toepassing.

Hoewel de wet voorschrijft dat Arubaanse ambtenaren bij de activiteiten aanwezig kunnen zijn om toezicht te houden, heeft de minister belast met Energie ook de bevoegdheid om een instantie aan te wijzen die toezicht houdt op de naleving van alle vereisten om de milieueffecten te beperken. Onder meer de Kustwacht zal daarbij een taak hebben. “Maar de minister kan ook een andere gespecialiseerde organisatie benaderen indien dat noodzakelijk wordt geacht”, werd aan Onze redacteur meegedeeld.

Met andere woorden: Armstrong Oil and Gas kan niet zomaar beginnen met boren. De autoriteiten op Aruba moeten worden geïnformeerd en naast DLVV zal CAP ook de Directie Natuur en Milieu (DNM) bij het proces betrekken. Indien nodig zal DNM ervoor zorgen dat Aruba Conservation Foundation, die verantwoordelijk is voor het Marine Park Aruba, op de hoogte wordt gehouden van ontwikkelingen en activiteiten.

Repsol beschikt over een eigen milieubeleid dat volgens de beschikbare informatie ook op Aruba werd toegepast. De onderneming heeft bijvoorbeeld als doel om tegen 2050 volledig klimaatneutraal te zijn wat betreft de uitstoot van gassen die bijdragen aan klimaatverandering, gebaseerd op het Akkoord van Parijs. Volgens Repsol heeft de onderneming zich altijd ingezet om bij te dragen aan de bescherming van het milieu en het behoud van natuurlijk kapitaal.

Om de impact te beperken, werkt Repsol volgens prioriteiten waarbij de milieueffecten van de activiteiten, afhankelijkheden, risico’s en kansen worden geïdentificeerd, geëvalueerd en beheerd, zo staat op de website van de onderneming. “Repsol heeft een duidelijk omschreven en uitgevoerd milieubeleid”, verklaarde een overheidsfunctionaris tegenover Onze redacteur. “En dit is het model dat ook van Armstrong Oil and Gas wordt verwacht.”

Het beleid van Repsol is er bijvoorbeeld op gericht milieubescherming te integreren in operationele systemen, de risico’s van klimaatverandering te beoordelen en biodiversiteit te beschermen en behouden. Wellicht bijzonder opvallend is dat Repsol aangeeft dat wanneer er een conflict ontstaat tussen milieubescherming en operationele resultaten, iedere werknemer verantwoordelijk is om voor de milieuverplichtingen te kiezen en dat het management deze keuze moet ondersteunen.

Armstrong Oil and Gas zelf heeft daarentegen geen eigen openbaar milieubeleid gepubliceerd. De onderneming geeft aan dat activiteiten worden uitgevoerd overeenkomstig de milieuregels van de gebieden waar wordt geopereerd en toont de betrokkenheid bij het milieu via rapportages aan toezichthouders en toezicht door alle betrokken publieke instanties.

Armstrong Oil and Gas werkt bijvoorbeeld samen met federale en staatsinstanties in Alaska, waaronder het Alaska Department of Environmental Conservation en het zogeheten Bureau of Land Management, om aan milieunormen te voldoen. Volgens Armstrong ligt de focus voortdurend op nieuwe technologieën en betere werkwijzen om de impact op het milieu te verminderen en habitats tijdens exploratie te beschermen.