Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft voormalig minister Otmar Oduber in de Flamingo-zaak veroordeeld tot twee jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast mag Oduber gedurende vijf jaar niet kandidaat staan voor een politiek ambt en geen functie als ambtenaar bekleden. De uitspraak van het Hof, die gisteren, 17 september 2026, werd gedaan, is aanzienlijk zwaarder dan de straf die hij in eerste aanleg kreeg.
De uitspraak wijkt aanzienlijk af van het vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg. In januari 2025 werd Oduber veroordeeld tot 365 dagen gevangenisstraf, waarvan 319 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die hij in voorlopige hechtenis had doorgebracht. Daarnaast kreeg hij 240 uur taakstraf. In hoger beroep heeft het Hof nu een volledig onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar opgelegd en bepaald dat Oduber gedurende vijf jaar niet kandidaat mag staan voor een politiek ambt en geen functie als ambtenaar mag bekleden.
Het Hof heeft uitspraak gedaan tegen drie verdachten in het Flamingo-onderzoek: Oduber, Esser en Wever. In essentie draait het onderzoek om onregelmatigheden bij de uitgifte van overheidsgronden, de aanstelling van zogenoemde spookambtenaren en voorkeursbehandeling van personen die goede banden met Oduber hadden toen hij minister was.
De feiten hebben betrekking op de periode van 2017 tot en met 2019. Volgens het Hof heeft Oduber er in die periode, in zijn functie als minister, voor gezorgd dat personen uit zijn vertrouwenskring strategische posities binnen overheidsdiensten kregen. Via die weg zou hij volgens het Hof onder meer invloed hebben uitgeoefend op de toewijzing van grond aan twee personen uit zijn directe kring.
Een van de andere verdachten, Wever, die volgens het Hof met hulp van Oduber een baan bij DIP kreeg, kreeg de instructie om tijdens het proces van gronduitgifte voorrang te geven aan de twee bekenden. In dat verband achtte het Hof bewezen dat Wever documenten heeft vervalst.
Het Openbaar Ministerie beschuldigde Oduber ervan het Land Aruba te hebben misleid in het proces rond de uitgifte van de gronden, specifiek grond in Malmok. Het Hof achtte die beschuldiging echter niet bewezen en sprak Oduber op dat punt vrij. Wel achtte het Hof bewezen dat Oduber misbruik heeft gemaakt van zijn functie door zijn invloed aan te wenden bij de uitgifte van de gronden.
Ook Wever werd vrijgesproken van een deel van de aanklachten die verband hielden met de grond in Malmok. Het Hof achtte echter wel bewezen dat hij documenten heeft vervalst en misbruik heeft gemaakt van zijn functie.
Een ander belangrijk onderdeel van de Flamingo-zaak betreft de aanstelling van zogenoemde spookambtenaren. Dit onderdeel heeft betrekking op twee personen die als coördinator werden aangesteld, maar volgens het Hof nooit werkzaamheden voor het Land Aruba hebben verricht. De overheid betaalde hen desondanks wel. Een van de twee werkte bij een bedrijf van een zoon van Oduber, terwijl zijn salaris uit publieke middelen werd betaald.
Voor deze beschuldigingen achtte het Hof Oduber schuldig aan bedrog en misbruik van zijn functie.
Het derde onderdeel van de zaak heeft betrekking op personen die loyaal waren aan de partij POR en die een baan kregen zonder dat de reguliere procedures voor personeelsbenoemingen naar behoren werden gevolgd.
Op dit punt veroordeelde het Hof zowel Oduber als Esser voor ambtelijke omkoping en misbruik van functie. Volgens het Hof werden personen die loyaal waren aan POR geholpen om werk te krijgen via een procedure waarbij de gebruikelijke regels niet werden gevolgd.
Bij het bepalen van de straffen legde het Hof nadruk op de verantwoordelijkheid die met een openbaar ambt gepaard gaat.
Volgens het Hof bekleedde Oduber als minister een voorbeeldfunctie in de samenleving en kon daarom van hem het hoogste niveau van integriteit worden verwacht. De twee andere verdachten waren ambtenaren en waren op de hoogte van het handelen van de minister.
Het Hof kwalificeerde de bewezen verklaarde feiten als ernstige strafbare feiten. Volgens de rechterlijke instantie hebben de verdachten blijk gegeven van een ernstig gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef ten aanzien van het vertrouwen en de verantwoordelijkheid die het Land Aruba in hen had gesteld.
Het Hof is van oordeel dat hun handelwijze ernstige schade heeft toegebracht aan het vertrouwen dat burgers in het openbaar bestuur moeten kunnen hebben. Daarnaast heeft dergelijk handelen volgens het Hof een ondermijnende invloed op de samenleving als geheel.
Dat de gebeurtenissen enkele jaren geleden hebben plaatsgevonden, doet volgens het Hof niets af aan de ernst van de strafbare feiten. Bij de strafoplegging hield het Hof er wel rekening mee dat de procedure langer heeft geduurd dan de termijn die volgens de jurisprudentie als redelijk wordt beschouwd.
De strafzaak heeft ook grote gevolgen gehad voor het leven van de drie verdachten. In het geval van Oduber hield het Hof specifiek rekening met de grote hoeveelheid publiciteit die de Flamingo-zaak rond hem als publiek figuur in een kleine gemeenschap heeft veroorzaakt.
Het Hof oordeelde echter dat deze omstandigheid onvoldoende reden is om te concluderen dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet langer passend zou zijn.
Het Hof legde daarnaast nadruk op de algemene preventieve werking van de straf. Volgens het Hof moet voor de samenleving duidelijk zijn dat dergelijk handelen niet is toegestaan. Dat wordt van belang geacht om de integriteit van het openbaar bestuur en van ambtenaren van het Land Aruba te beschermen.
Met de uitspraak van 17 september sprak het Hof de verdachten op enkele punten vrij, maar achtte het andere feiten bewezen die door het Gerecht in Eerste Aanleg anders waren beoordeeld. Het grootste verschil in de gevolgen betreft Oduber, die nu een gevangenisstraf van twee jaar tegemoet ziet.
Na afloop van de zitting verklaarde Odubers advocaat, mr. Vito Carlo, dat de uitspraak volledig onverwacht kwam. Op de vraag of zij tegen de uitspraak van het Hof in cassatie zullen gaan, zei Carlo dat zij het vonnis eerst uitvoerig moeten bestuderen. Daarna zal hij dit met zijn cliënt bespreken en zal worden besloten of cassatie wordt ingesteld.



