Donderdag verscheen Chania Fernandes-Pedra, verdachte in de fatale hit-and-runzaak van januari waarbij twee personen om het leven kwamen, opnieuw voor de rechter voor een pro-formazitting. Tijdens de zitting diende Fernandes-Pedra via een brief verschillende verzoeken in, waaronder het verzoek om zijn proces in vrijheid te mogen afwachten. De rechter wees dat opnieuw af. Ook werd duidelijk dat de verdachte twee advocaten op Curaçao heeft gevonden die bereid zijn de zaak op zich te nemen.
Dit was de tweede pro-formazitting voor de verdachte. Tijdens de vorige zitting op 3 juli kon de rechter de zaak niet inhoudelijk behandelen omdat de verdachte zonder juridische vertegenwoordiging voor de rechter verscheen. Daardoor kon de zaak niet worden behandeld zoals oorspronkelijk gepland. De rechter drong er toen op aan dat hij voor de volgende zitting, die donderdag plaatsvond, voor juridische bijstand zou zorgen.
De kwestie rond juridische vertegenwoordiging was bijzonder omstreden. Fernandes-Pedra werd eerder bijgestaan door de advocaten Illes en Emerencia. Later werd de rechtbank geïnformeerd dat advocaat Boyce zich bij het verdedigingsteam zou voegen. Kort daarna lieten Illes en Emerencia weten de verdachte niet langer te zullen vertegenwoordigen en dat Boyce de verdediging zou overnemen.
Omdat Boyce al jaren geen strafzaken meer had behandeld, verzocht de verdachte om ook advocaat Moszkowicz aan zijn verdediging toe te voegen. Het Hof wees dat verzoek echter af, omdat Moszkowicz niet staat ingeschreven om als advocaat op Aruba te praktiseren. Na die beslissing trok ook Boyce zich uit de zaak terug, waardoor Fernandes-Pedra zonder juridische vertegenwoordiging achterbleef.
Donderdag werd duidelijk dat de verdachte inmiddels twee advocaten op Curaçao heeft gevonden die bereid zijn hem te vertegenwoordigen. Hoewel hij opnieuw zonder advocaat voor de rechter verscheen, verklaarde hij dat bij de inhoudelijke behandeling van de zaak op 2 oktober wel een advocaat aanwezig zal zijn.
Voorafgaand aan de zitting circuleerden vier namen van advocaten die mogelijk juridische bijstand zouden kunnen verlenen. Deze namen werden tijdens de zitting echter niet genoemd, waardoor niet bevestigd kan worden om welke twee advocaten het gaat.
Tijdens de zitting in juli bleek dat verschillende onderdelen van het onderzoek nog niet waren afgerond. Zo liep er nog onderzoek naar de auto van de verdachte, waarbij Nederlandse autoriteiten was gevraagd of gegevens uit de boordcomputer konden worden uitgelezen. Die gegevens zouden onder meer meer informatie kunnen geven over de snelheid van het voertuig op het moment van het incident. Daarnaast was het rapport van de psycholoog nog niet afgerond.
Donderdag werd gemeld dat nieuwe documenten aan het dossier zijn toegevoegd. Daaronder bevinden zich het rapport over de boordcomputer van de auto, een e-mail van de advocaat van de slachtoffers met een vordering, een e-mail van de psycholoog aan de rechtbank en een technisch onderzoeksrapport van de politie.
Wat betreft de e-mail van psycholoog Boekhoudt bleek dat het psychologisch rapport nog niet volledig is afgerond. Als reden werd genoemd de psychische druk die de verdachte door zijn detentie ervaart. De psycholoog zou nog enkele gesprekken met de verdachte willen voeren voordat het rapport wordt voltooid. Het rapport zou vóór de volgende zitting in oktober worden ingediend.
Verdachte stuurt brief met verzoeken
De rechtbank ontving ook een nieuwe brief van de verdachte. Die brief was een dag eerder verstuurd, waardoor de rechter erkende dat hij nog geen gelegenheid had gehad om deze volledig te lezen. De zitting werd daarom korte tijd geschorst zodat de rechter de brief kon doornemen.
Na hervatting van de zitting behandelde de rechter de belangrijkste punten uit de brief.
De verdachte begon met een klacht over zijn detentie en stelde dat zijn voorlopige hechtenis in strijd is met het vermoeden van onschuld. Met andere woorden: hij betoogde dat hij niet in hechtenis zou mogen blijven zolang hij niet schuldig is bevonden.
De brief bevatte daarnaast verschillende verzoeken. De verdachte vroeg om aanvullend technisch onderzoek naar het incident, met bijzondere aandacht voor de slachtoffers en hun gedrag die avond. Volgens hem zou moeten worden onderzocht of de slachtoffers onder invloed van alcohol waren.
Ook vroeg hij om aanvullend technisch onderzoek naar de schade aan de auto en om een reconstructie van het incident via een simulatie. Zijn argument daarbij was dat hij de voetgangers op de weg niet had kunnen zien.
Verder vroeg hij om duidelijkheid over de ‘chain of custody’, oftewel de wijze waarop relevant bewijsmateriaal en documenten zijn verzameld en verwerkt, met name waar het de boordcomputer van de auto betreft. Ook vroeg hij om alle camerabeelden van de plaats van het incident die avond.
Daarnaast verzocht hij om getuigen te horen en om zijn voorlopige hechtenis onder bepaalde voorwaarden te schorsen. Als argument stelde hij dat er nog geen definitieve conclusie over zijn schuld kan worden getrokken zolang het volledige onderzoek niet is afgerond en geverifieerd.
Tot slot vroeg hij om een advocaat aan zijn verdediging toe te voegen. Dat bleek een van de eerder genoemde advocaten uit Curaçao te zijn.
In reactie op de brief ging het Openbaar Ministerie eerst in op het verzoek om getuigen te horen. Eerder was al geconcludeerd dat dit niet noodzakelijk was, voornamelijk omdat er voldoende camerabeelden van het incident en ander bewijsmateriaal beschikbaar zijn. Het OM herhaalde daarom dat het horen van getuigen niet nodig is.
Wat betreft de camerabeelden stelde het OM dat alle beschikbare beelden al zijn verstrekt.
Over het verzoek tot reconstructie en verder technisch onderzoek aan de auto zei het OM dat onvoldoende duidelijk was wat precies met die onderzoeken zou moeten worden vastgesteld. Bovendien zag het OM niet welke aanvullende bewijskracht deze onderzoeken nog zouden kunnen opleveren. Wel zou meer informatie kunnen worden verstrekt over het volledige traject waar het incident plaatsvond en over welke onderzoeken sinds het ongeval zijn verricht.
Tot slot verzette het OM zich opnieuw tegen voorwaardelijke vrijlating van de verdachte. De officier van justitie benadrukte dat de Arubaanse samenleving geschokt zou zijn als iemand in een dergelijke zware zaak in vrijheid zou worden gesteld.
Beslissing van de rechter
De rechter benadrukte allereerst hoe belangrijk het is dat de verdachte juridische vertegenwoordiging heeft wanneer de inhoudelijke behandeling in oktober begint.
Wat betreft het verzoek om een advocaat toe te voegen, herhaalde de rechter dat de verdachte twee beschikbare en op Curaçao geregistreerde advocaten heeft gevonden. De verdachte zal zelf moeten kiezen welke van de twee hem gaat vertegenwoordigen.
Voor de kosten van vlucht en verblijf van de advocaat of advocaten bevestigde de rechter dat artikel 69 van het Wetboek van Strafvordering van Aruba bepaalt dat noodzakelijke kosten voor juridische bijstand door het Land Aruba moeten worden betaald. Dit betreft niet het honorarium van de advocaat, maar wel reis- en verblijfskosten. De rechter beschouwde die kosten in de zaak van Fernandes-Pedra als noodzakelijk, omdat hij op Aruba geen andere juridische vertegenwoordiging had kunnen vinden.
Wat betreft de camerabeelden sloot de rechter zich aan bij het OM en stelde hij dat alles wat beschikbaar is al is overhandigd. Mochten er nog aanvullende beelden bestaan, dan zullen die aan alle betrokken partijen worden verstrekt.
Voor de ‘chain of custody’ besloot de rechter dat hierover een proces-verbaal moet worden opgesteld.
Het verzoek om een reconstructie van het incident via een simulatie werd afgewezen. Volgens de rechter is dat niet relevant voor de beschuldiging waarmee de verdachte wordt geconfronteerd. De aanklacht richt zich onder meer op de snelheid waarmee hij reed, waarbij de rechter benadrukte dat dit een risico was dat de verdachte op het moment van het incident bewust heeft genomen.
Ook het verzoek om aanvullend technisch onderzoek werd afgewezen.
Over het horen van getuigen zei de rechter dat daarvoor weliswaar juridische ruimte bestaat, maar dat er uitzonderingen mogelijk zijn. In het psychologisch rapport werd vermeld dat het welzijn van getuigen opnieuw in gevaar zou kunnen komen als zij het incident opnieuw moeten vertellen. De familie van de slachtoffers heeft aangegeven dat het incident voor hen een zwaar trauma vormt.
Daarnaast bestaat volgens de rechter de mogelijkheid dat het horen van getuigen uiteindelijk ook nadelig kan uitpakken voor de verdediging van de verdachte. Om deze redenen wees de rechter het verzoek af.
Tot slot deed de rechter uitspraak over het verzoek om voorwaardelijke invrijheidstelling.
De rechter legde uit dat hij zijn beslissing baseerde op het huidige dossier en op de vraag of er voldoende ernstige bezwaren tegen de verdachte bestaan.
Volgens de rechter zijn er voldoende ernstige bezwaren om de voorlopige hechtenis voort te zetten. Hij benadrukte bovendien dat deze bezwaren sterker zijn geworden na ontvangst van de nieuwste rapporten.
Er bestaat volgens de rechter een sterke verdenking en de mogelijke straf kan oplopen tot acht jaar gevangenisstraf. Ook wees hij op de maatschappelijke schok die vrijlating in deze zaak zou kunnen veroorzaken.
Daarom werd het verzoek om voorwaardelijke invrijheidstelling afgewezen.
De behandeling van de zaak is geschorst tot 2 oktober. De rechter verwacht dat de verdachte dan wel door een advocaat zal worden bijgestaan.



