De strafzaak die het Openbaar Ministerie (OM) tegen AVP-parlementariër Mike de Meza voorbereidt, gaat een nieuwe fase in. Zijn verdediging heeft aangekondigd de officiële dagvaarding aan te vechten zodra deze wordt betekend. Volgens een bericht in een lokaal nieuwsmedium heeft advocaat Desirée Croes aangegeven dat de verdediging de dagvaarding, waarin de exacte beschuldigingen worden omschreven, nog altijd niet heeft ontvangen, terwijl de zaak al voor 24 augustus op de rol van het Gerecht staat.

De aankondiging volgt nadat De Meza een eerder schikkingsvoorstel van het OM heeft afgewezen. Volgens de verdediging ontbrak daarvoor een voldoende feitelijke en juridische grondslag. Croes stelt dat er geen basis bestaat voor strafvervolging en dat de zaak nooit aan de rechter had mogen worden voorgelegd.

Volgens het lokale nieuwsmedium bereidt de verdediging zich voor om de procedure direct aan te vechten zodra de dagvaarding officieel is betekend. De manier waarop het proces tot nu toe is verlopen, geeft volgens Croes aanleiding om vraagtekens te zetten bij de gang van zaken. Naar haar oordeel bestaat er eenvoudigweg geen strafzaak tegen de parlementariër.

Croes voert aan dat de fiscale situatie van De Meza inmiddels volledig is geregulariseerd. De belastingaangiften die eerder niet tijdig waren ingediend, zijn volgens haar alsnog ingediend, verwerkt en door de Belastingdienst geaccepteerd. Dat vormt volgens de verdediging een belangrijk element bij de beoordeling van de zaak.

Daarnaast wijst Croes erop dat de Inspecteur der Belastingen tijdens een eerdere rechtszitting heeft bevestigd dat De Meza aan zijn fiscale verplichtingen voldoet. Volgens de verdediging versterkt dit het standpunt dat een strafrechtelijke vervolging niet gerechtvaardigd is.

Centraal in de huidige fase staat de dagvaarding. Dit document vormt de formele start van de strafprocedure en bevat de feiten die het OM strafbaar acht, de wetsartikelen waarop de vervolging is gebaseerd en de concrete beschuldigingen. Pas nadat de dagvaarding officieel is uitgereikt, kan de verdediging de aanklacht inhoudelijk beoordelen en formeel reageren.

Volgens Croes heeft de verdediging direct na het afwijzen van het schikkingsvoorstel om een afschrift van de dagvaarding gevraagd. Tot het moment van haar recente verklaring was dit document echter nog niet ontvangen.

De verdediging benadrukt dat de zitting van 24 augustus geen probleem vormt. Mocht de zaak doorgaan zoals gepland, dan zullen De Meza en zijn advocaten verschijnen om de aanklacht te betwisten.

Het onderzoek tegen De Meza vloeit voort uit de discussie over zijn fiscale situatie tijdens de screening voor een mogelijke benoeming tot minister in het kabinet AVP-Futuro. Begin 2025 was hij kandidaat voor de portefeuille Infrastructuur, Energie en Milieu, maar de screening werd niet afgerond nadat de Belastingdienst een negatief oordeel had gegeven over zijn fiscale gedrag. Daardoor ging de voorgenomen benoeming niet door.

De Meza startte vervolgens een procedure tegen de Belastingdienst om alsnog een positieve fiscale verklaring te verkrijgen. Volgens de verdediging bestond er een verschil van inzicht over de interpretatie van zijn belastingdossier. In juni 2025 oordeelde het Gerecht echter dat het niet bevoegd was de Belastingdienst te verplichten een gunstige verklaring af te geven. De rechter stelde dat de brieven van de Belastingdienst een informatief karakter hadden en geen bestuursbesluiten waren waartegen in deze procedure kon worden opgekomen. Uiteindelijk is het volgens de rechter de formateur die de politieke verantwoordelijkheid draagt om te beoordelen of een kandidaat geschikt is voor een ministerspost.

Parallel aan deze bestuursrechtelijke procedure liep ook een strafrechtelijk onderzoek. Tijdens de screening bevestigde het OM dat De Meza als verdachte werd aangemerkt in een onderzoek naar mogelijke fiscale strafbare feiten. De Meza verzocht vervolgens de rechter om het OM te verplichten meer duidelijkheid te geven over de aard van de verdenking en de juridische grondslag daarvan.

Het Gerecht oordeelde dat het OM had voldaan aan zijn informatieplicht door De Meza mee te delen dat hij verdachte was en de relevante wetsartikelen te noemen. Het OM hoefde op dat moment nog niet bekend te maken of daadwerkelijk tot vervolging zou worden overgegaan.

Nadat De Meza het schikkingsvoorstel had afgewezen, besloot het OM de reguliere strafprocedure voort te zetten. De volgende stap is de officiële betekening van de dagvaarding.

Het OM heeft de inhoud van de aanklacht nog niet openbaar gemaakt. Daardoor is nog niet bekend van welke strafbare feiten De Meza precies zal worden beschuldigd.

De behandeling van de zaak staat gepland voor 24 augustus. Tijdens die zitting zal de rechter beoordelen of de procedure kan worden voortgezet en vervolgens de aanklacht inhoudelijk behandelen.

De verdediging houdt intussen vast aan haar standpunt. Volgens advocaat Croes zijn alle fiscale kwesties opgelost, zijn de belastingaangiften door de Belastingdienst geaccepteerd en bestaat er, naar haar oordeel, geen wettelijke basis voor een strafrechtelijke veroordeling.